join Facebook group

login:
paswoord:

FAQ

Vragen over relevante wetgeving voor vroedvrouwen

Mogen vroedvrouwen die afstuderen na 30 september 2014 nog op verpleegafdelingen werken?

Per juli 2011 (Mr. M. Eggermont)

Aan de minister is het voorstel gedaan door de Nationale Raad voor de Verpleegkunde
om het bevoegdheidsterrein
van de vroedvrouw ook uit te breiden met de diensten NICU en gynaecologie.
In de wetswijziging van
het KBnr. 78 door de Programmawet van 2001 was enkel voorzien dat de vroedvrouw
nog mocht werken op de materniteit (inclusief
verloskwartier), N*-dienst en dienst fertiliteit. Dit zou betrekking hebben
op de vroedvrouwen die afstuderen na 30 september 2014.

Heden is deze wetswijziging nog niet van kracht.

 

Mag de vroedvrouw vaccineren?

Per juli 2011 (Mr. J. Vande Moortel en Mr. M. Eggermont):

Het "voorbereiden en toedienen van vaccins, in aanwezigheid van een arts" is een verpleegkundige C-handeling, dus een toevertrouwde geneeskundige handeling, waarvoor een voorschrift van de arts noodzakelijk is.

Conform het advies (dd. juli 2007) van de Technische Commissie voor Verpleegkunde betekent "vaccinatie": d.m.v. een vaccin beogen om de persoon te beschermen tegen bepaalde besmettelijke ziekten. Hiertoe wordt het desbetreffende dode of verzwakte agens per os of via een inspuiting toegediend in één of meerdere keren. De risico's op complicaties zijn klein, mits het nemen van de nodige specifieke voorzorgen. Onder "aanwezigheid" wordt verstaan dat de arts in de instelling aanwezig is, weet dat het vaccin wordt toegediend en dat hij, indien nodig, onmiddellijk kan tussenkomen.

Voor de vroedvrouwen die niet het diploma van verpleegkundige hebben, is de regeling conform art. 21 quater KBnr. 78[1] van toepassing:

§1 Niemand mag de verpleegkunde zoals ze is bepaald (in artikel 21quinquies) uitoefenen die niet in het bezit is van het diploma of de titel van gegradueerde verpleger of verpleegster, van het brevet of de titel van verpleger of verpleegster, van het brevet of de titel van verpleegassistent of -assistente, en die bovendien de voorwaarden gesteld in artikel (21sexies) niet vervult.  

§ 2. Voor de uitoefening van de verpleegkunde wordt de persoon die in het bezit is van een diploma van vroedvrouw gelijkgesteld met de gegradueerde verpleger of verpleegster.

  § 3. De diploma's, brevetten of gelijkwaardige titels worden afgeleverd overeenkomstig de door de Koning vastgestelde bepalingen.

 

 

Dus dit betekent dat alle vroedvrouwen (ongeacht hun diploma) tot op heden nog steeds bevoegd zijn om alle verpleegkundige handelingen, zoals beschreven in de bijlagen van het KB van 18 juni 1990, uit te oefenen.

 


 

[1] De wijziging van art. 21 quater KBnr. 78 door de Wet van 10 augustus 2001 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg is nog steeds niet in werking, dus de "oude" versie is nog steeds van toepassing.

 

Hoe zit het nu juist met de wetgeving omtrent de Permanente Vorming? Wat moeten we wel en niet doen?

In verband met de permanente vorming van vroedvrouwen (zoals beschreven in artikel 10 van het koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 1 februari 1991 betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw: K.B. 8 juni 2007) verscheen in het Belgisch Staatsblad van 5 mei 2010 een ministeriële omzendbrief. Deze brief bevat informatie over de modaliteiten in verband met het aantal uren permanente vorming dat door vroedvrouwen moet gevolgd worden. Klik hier om deze omzendbrief te lezen.

Vanaf de datum van deze ministeriële omzendbrief moet het programma van elke opleiding, studiedag, congres, e.a. aan de hand van een registratieformulier door de organisator ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Federale Raad voor de Vroedvrouwen. Indien een vroedvrouw een opleiding volgt waarvoor geen aanvraag werd ingediend bij de Federale Raad voor de Vroedvrouwen, moet de vroedvrouw zelf een aanvraag tot goedkeuring indienen. Voorbeelden van deze registratieformulieren zijn te vinden in de uitgave van het Belgisch Staatsblad van 5 mei 2010. Klik hier om deze editie van het Belgisch Staatsblad te downloaden. De ministeriële omzendbrief is te vinden op pagina 66 van dit pdf bestand. De voorbeeldformulieren vind je vanaf pagina 68.

De permanente opleidingen, die werden gevolgd in het kader van de uitoefening van het beroep van vroedvrouw in de periode vanaf 30 juli 2007 tot op de datum van de ministeriële omzendbrief, zullen op basis van aanwezigheidsattesten in aanmerking komen. Iedere vroedvrouw dient deze attesten te bewaren in het licht van een eventuele controle.

 

Ik ben vroedvrouw, maar ik werk als verpleegkundige. Moet ik ook deze 75 uur bijscholing volgen op 5 jaar?

Per oktober 2010 (Mr. J. Vande Moortel en Mr. M. Eggermont):

Ingevolge de wijziging van het art. 21noviesdecies van het KB nr. 78 dient de vroedvrouw om haar beroepstitel te behouden een permanente opleiding van 75u op 5 jaar volgen.

Een vroedvrouw die dus werkzaam is als verpleegkundige dient op zich de opleiding niet te volgen, doch het geniet wel de voorkeur indien ze wel nog van plan zou zijn om als vroedvrouw te gaan werken.

Voorlopig wordt er geen onderscheid gemaakt tussen vroedvrouwen die deeltijds of weinig in het beroepsveld staan, bv. lesgevers, stagebegeleiders en vroedvrouwen die voltijds werken op een materniteit, verloskwartier enz...

Lesgevers beoefenen niet meer de vroedkunde, ze onderwijzen wel. Het hangt af van de voorwaarde dat de werkgever (onderwijsinstelling) stelt voor de functie van lesgever nl. het diploma van vroedvrouw hebben en/of de titel van vroedvrouw hebben. Afhankelijk van dit antwoord, zal de vorming dienen te worden gevolgd.

 

Moet een verpleegkundige, die op de materniteit werkt, ook deze permanente vorming volgen?

Per oktober 2010 (Mr. J. Vande Moortel en Mr. M. Eggermont):

Een verpleegkundige die sporadisch op een materniteit werkt, hoeft niet de permanente opleiding van 75u te volgen.

Enkel de vroedvrouwen die als vroedvrouw werkzaam (ongeachte de frequentie) zijn, dienen de opleiding te volgen, teneinde de beroepstitel te behouden en te kunnen blijven werken.

 

Welke titel heeft men na afname van de beroepstitel van vroedvrouw?

Per oktober 2010 (Mr. J. Vande Moortel en Mr. M. Eggermont):

Voor de vroedvrouwen die ook het diploma van verpleegkundige hebben, is er geen probleem. Als de Federale Raad voor de Vroedvrouwen de beroepstitel van een vroedvrouw intrekt, dan behoudt deze persoon haar titel van verpleegkundige en kan ze ook blijven werken als verpleegkundige.

Voor de vroedvrouwen die niet het diploma van verpleegkundige hebben, is de regeling conform art. 21 quater KBnr. 78 van toepassing:

§1 Niemand mag de verpleegkunde zoals ze is bepaald (in artikel 21quinquies) uitoefenen die niet in het bezit is van het diploma of de titel van gegradueerde verpleger of verpleegster, van het brevet of de titel van verpleger of verpleegster, van het brevet of de titel van verpleegassistent of -assistente, en die bovendien de voorwaarden gesteld in artikel (21sexies) niet vervult.
§ 2. Voor de uitoefening van de verpleegkunde wordt de persoon die in het bezit is van een diploma van vroedvrouw gelijkgesteld met de gegradueerde verpleger of verpleegster.
§ 3. De diploma's, brevetten of gelijkwaardige titels worden afgeleverd overeenkomstig de door de Koning vastgestelde bepalingen.

Als de Federale Raad voor de Vroedvrouwen de beroepstitel van een vroedvrouw (3-jarige opleiding) intrekt, dan behoudt deze vroedvrouw haar diploma en kan ze nog steeds de verpleegkunde uitoefenen. In de regelgeving wordt dus een onderscheid gemaakt tussen de beroepstitel van een vroedvrouw en het diploma van een vroedvrouw.

 

Welke verplichtingen heeft de werkgever met betrekking tot terugbetaling en compensatie voor de uren permanente vorming die een vroedvrouw volgt? Kunnen deze uren beschouwd worden als werkuren?

Per juli 2011 (Mr. J. Vande Moortel en Mr. M. Eggermont):

De werkgever is verplicht aan de werknemer de nodige hulp, hulpmiddelen en materialen ter beschikking te stellen die voor de uitvoering van het werk noodzakelijk zijn. Het Hof van Cassatie neemt aan dit deze hulpmiddelen ook kosten zijn verbonden aan de uitvoering.

Zonder de permanente vorming kan een vroedvrouw niet meer wettelijk haar werk uitvoeren. Dus in dat opzicht zou men kunnen stellen dat de werkgever de kosten voor de permanente vorming volledig op zich dient te nemen. In ieder geval voorziet het KB van 25.04.2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen ook in "post" voor de ziekenhuizen om vorming van het personeel te vergoeden.

Er bestaat tevens een mogelijkheid (geen verplichting) dat de werkgever deze kosten aan zijn werknemers (in casu vroedvrouwen) terugbetaalt in de vorm van "vergoedingen voor beroepsuitgaven".
Dit zijn vergoedingen (geen loon) voor kosten die gemaakt worden door de werknemer, doch in het kader van zijn professionele activiteit, zoals bijvoorbeeld kilometervergoeding bij verplaatsingen met privé-wagen, vergoeding gebruik privé-GSM bij gesprekken voor het werk enz...

In casu is de vroedvrouw verplicht de kosten voor de permanente vorming te maken, wil ze haar titel behouden. De werkgever heeft er alle baat bij om vroedvrouwen in dienst te hebben die op de hoogte zijn van de nieuwste technieken en recente wetenschappelijke informatie, teneinde een kwalitatieve zorgverlening te bieden aan moeder en kind, cfr. de Wet op de patiëntenrechten van 2002. De werkgever kan bovendien aansprakelijk gesteld worden voor het niet verlenen van kwalitatieve zorgverlening aan de patiënten door de vroedvrouw.

Wat de arbeidsduur betreft: de tijd waarin de werknemer een opleiding of richtlijnen krijgt in verband met zijn arbeid, wordt beschouwd als arbeidsduur. De uren van de permanente vorming zijn dus arbeidsuren en dienen vergoed te worden als loon.

Betaald educatief verlof kan niet aangevraagd worden voor de permanente vorming, daar de opleiding minder is dan 32 lesuren per jaar. Zolang de opleiding niet erkend is door de FOD werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, kunnen ook geen opleidingscheques aangewend worden om de opleiding te bekostigen.

 

Mag een vroedvrouw werken op de pediatrie?

Per oktober 2010 (Mr. J. Vande Moortel en Mr. M. Eggermont):

Volgens het KB van 13 juli 2006 houdende vaststelling van de normen waaraan het zorgprogramma voor kinderen moet voldoen om erkend te worden en tot wijziging van het KB van 25 november 1997 houdende vaststelling van de normen waaraan de functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om te worden erkend, dient een pediatrie de volgende niet-medische personeelsomkadering te hebben:

- voldoende verpleegkundigen die naar aantal en kwalificatie aangepast worden aan de aard en volume van de patiëntenproblemen;
- minstens 75% van het verplegend personeel en verzorgend personeel moet bestaan uit
o gegradueerde pediatrische verpleegkundigen
o of bachelors in de verpleegkunde met een specialisatie in de pediatrie
o of verpleegkundigen die op 16.08.2006 minstens 5 jaar ervaring hebben op en erkend dienst voor kindergeneeskunde
- een permanentie van één verpleegkundige uit bovenvermelde categorieën dient 24u op 24u verzekerd te zijn.

Daar een vroedvrouw nog steeds de verpleegkunde mag uitoefenen, mag zij zeker werken op de pediatrie. Gelet op de regelgeving zit zij onder de overige 25%.

 

Mag ik als zelfstandige vroedvrouw reclame plaatsen op mijn auto?

In april 2010 gaven Mr. J. Vande Moortel, Mr. M. Eggermont en Mr. V. De Brabandere hierover een uitgebreid advies aan de VLOV vzw. Om hun antwoord op deze vraag te lezen, klik je hier.

 

Is een vroedvrouw bevoegd om een scalpelelektrode te plaatsen? Is een vroedvrouw bevoegd om een EKG-tracé van de foetus te beoordelen? Hoe wordt de communicatie tussen vroedvrouw en gynaecoloog vastgelegd?

Per juli 2011 (Mr. J. Vande Moortel en Mr. M. Eggermont): 

De wetgeving zoals nadien gewijzigd in het KB nr. 78 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen (hoofdstuk Iquater) en het KB van 1 februari 1991 betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw voorziet het volgende:

  • De vroedvrouw is bevoegd om een normale zwangerschap en bevalling te begeleiden. Een normale bevalling is een tijdige en spontane uitdrijving van de foetus en achterhoofdsligging gevolgd door de uitdrijving van de placenta.
  • De vroedvrouw is verplicht om o.m. tijdens een normale arbeid de "nodige schikkingen" te nemen om onvoorziene complicaties (die kunnen wijzen op een niet normale bevalling) spoedig te verhelpen. Teneinde een zwangerschap/arbeid met een verhoogd risico op te sporen dient zij de harttonen te beluisteren en toezicht te houden door cardiotocografie. Een slecht CTG-patroon kan wijzen op een onvoorziene complicatie/mogelijk risico, die haar noodzaakt de Stan-monitoring aan te leggen, rekening houdend met de technische middelen die in het ziekenhuis beschikbaar zijn. Bij de vaststelling van een slecht CTG-patroon (mogelijke pathologie) dient zij een beroep te doen op een arts en "de nodige maatregelen" te treffen, bijv. het aanleggen van de Stan-monitor.
  • Het is de vroedvrouw in elk geval toegelaten arbeid en bevallingen met een verhoogd risico op te volgen samen met de arts en onder diens verantwoordelijkheid.

Gelet op bovenvermeld wettelijk kader, kunnen deze 3 vragen als volgt beantwoord worden:

1. De wetgeving voorziet niet specifiek dat een vroedvrouw een scalpelectrode mag plaatsen, doch in het kader van haar wettelijke bevoegdheid van "cardiotocografie" is dit toegelaten. De wet specificeert immers niet met welk middel de harttonen en contracties dienen gevolgd te worden.

2. De vroedvrouw houdt toezicht op de cardiotocografie en zij dient dus te weten wat een normaal tracé is. Zij dient immers pathologische situaties te onderkennen en te melden aan de arts, waarna zij deze samen met de arts en onder diens verantwoordelijkheid verder opvolgt. De werkelijke beoordeling van het CTG-patroon in de zin van "welke pathologie manifesteert zich" is een medisch aangelegenheid, voorbehouden aan de arts.

3. De vroedvrouw dient elke pathologische situatie te melden aan de arts. De wet legt geen verplichting op om dit schriftelijk mee te delen, doch in het kader van de wettelijke verplichting tot het bijhouden van een verloskundig dossier moet al hetgeen zij aan de gynaecoloog heeft meegedeeld, in dit verloskundig dossier terug te vinden zijn . Hetzelfde geldt voor instructies die de arts aan de vroedvrouw geeft in het kader van de opvolging van een pathologische arbeid.

 

Ik start over enkele maanden als zelfstandige vroedvrouw. Ik had graag geweten welke medicatie vroedvrouwen tegenwoordig zelf mogen voorschrijven en welke medicatie een vroedvrouw mag toedienen op voorschrift van de arts. Zou u mij hiervan een lijstje kunnen doorsturen? Waar kan ik dan een geneesmiddelenvoorschriftenboekje bekomen?

Per september 2008:

Op dit moment mag een vroedvrouw nog geen medicatie voorschrijven. Het KB dat juist omschrijft wat en hoe mag voorgeschreven worden is in proces. (uitvoeringsbesluiten van KB nr. 78) Zodra dat gepubliceerd wordt zal er via onze kanalen ( website, tijdschrift, mailingsgroep ed. ) direct bekendheid aan worden gegeven. Het boekje zal je, na een opleiding gevolgd te hebben, via het RIZIV kunnen aanvragen. De medicatie die een arts je delegeert om te geven is afhankelijk wat de arts voorschrijft.

 

Mogen wij als vroedvrouw alle labonderzoeken die wij nodig achten voor moeder en kind zelf doen of zijn er restricties? Zijn er voor sommige onderzoeken handtekening van een arts nodig?

Per juli 2011:

Je mag alle onderzoeken doen die gaan rond fysiologie. Daarbij mag je ook onderzoeken doen om dingen uit te sluiten, bvb. schildklierproblemen of vermoeden van HELLP syndroom. 

De vroedvrouw mag dus labonderzoeken en echografieën voorschrijven zolang deze passen binnen haar wettelijke bevoegdheid: de normale verloskunde.

Deze info kan je ook vinden in de map voor de zelfstandige vroedvrouw die je kan krijgen bij de VLOV vzw en die eigenlijk onmisbaar is voor elke zelfstandige vroedvrouw

 

 

 

Ligduur

Moeten we streven naar een kortere ligduur op de materniteiten?

Ja
Nee
Geen mening

Wil je jouw mening verduidelijken, dan ontvangen wij graag een mailtje op redactie@vlov.be

Nieuwsbrief

Wil je onze tweewekelijkse elektronische nieuwsbrief ontvangen, stuur dan een mailtje naar communicatie@vlov.be

slide show