login:
paswoord:

FAQ

Vragen i.v.m. wetgeving vroedvrouwen

Mag ik als zelfstandige vroedvrouw reclame plaatsen op mijn auto?

In april 2010 gaven Mr. J. Vande Moortel, Mr. M. Eggermont en Mr. V. De Brabandere hierover een uitgebreid advies aan de VLOV vzw. Om hun antwoord op deze vraag te lezen, klik je hier.

Is een vroedvrouw bevoegd om een scalpelelektrode te plaatsen? Is een vroedvrouw bevoegd om een EKG-tracé van de foetus te beoordelen? Hoe wordt de communicatie tussen vroedvrouw en gynaecoloog vastgelegd?

Per augustus 2009 (Mr. J. Vande Moortel en Mr. M. Eggermont): 

De wetgeving zoals nadien gewijzigd in het KB nr. 78 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen (hoofdstuk Iquater) en het KB van 1 februari 1991 betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw:

  • De vroedvrouw is bevoegd om een normale zwangerschap en bevalling te begeleiden. Een normale bevalling is een tijdige en spontane uitdrijving van de foetus en achterhoofdsligging gevolgd door de uitdrijving van de placenta.
  • De vroedvrouw is verplicht om o.m. tijdens een normale arbeid de "nodige schikkingen" te nemen om onvoorziene complicaties (die kunnen wijzen op een niet normale bevalling) spoedig te verhelpen. Teneinde een zwangerschap/arbeid met een verhoogd risico op te sporen dient zij de harttonen te beluisteren en toezicht te houden door cardiotocografie. Een slecht CTG-patroon kan wijzen op een onvoorziene complicatie/mogelijk risico, die haar noodzaakt de Stan-monitoring aan te leggen, rekening houdend met de technische middelen die in het ziekenhuis beschikbaar zijn. Bij de vaststelling van een slecht CTG-patroon (mogelijke pathologie) dient zij een beroep te doen op een arts en "de nodige maatregelen" te treffen, bijv. het aanleggen van de Stan-monitor.
  • Het is de vroedvrouw in elk geval toegelaten arbeid en bevallingen met een verhoogd risico op te volgen samen met de arts en onder diens verantwoordelijkheid.

Gelet op bovenvermeld wettelijk kader, kunnen deze 3 vragen als volgt beantwoord worden:

  1. De wetgeving voorziet niet specifiek dat een vroedvrouw een scalpelectrode mag plaatsen, doch in het kader van haar wettelijke bevoegdheid van "cardiotocografie" is dit toegelaten. De wet specificeert immers niet met welk middel de harttonen en contracties dienen gevolgd te worden.
  2. De vroedvrouw houdt toezicht op de cardiotocografie en zij dient dus te weten hoe ze een tracé moet beoordelen. Zij dient pathologische situaties te onderkennen en te melden aan de arts, waarna zij deze samen met de arts en onder diens verantwoordelijkheid verder opvolgt.
  3. De vroedvrouw dient elke pathologische situatie te melden aan de arts. De wet legt geen verplichting op om dit schriftelijk mee te delen, doch in het kader van de wettelijke verplichting tot het bijhouden van een verloskundig dossier moet al hetgeen zij aan de gynaecoloog heeft meegedeeld, in dit verloskundig dossier terug te vinden zijn . Hetzelfde geldt voor instructies die de arts aan de vroedvrouw geeft in het kader van de opvolging van een pathologische arbeid.

 

Ik start over enkele maanden als zelfstandige vroedvrouw. Ik had graag geweten welke medicatie vroedvrouwen tegenwoordig zelf mogen voorschrijven en welke medicatie een vroedvrouw mag toedienen op voorschrift van de arts. Zou u mij hiervan een lijstje kunnen doorsturen? Waar kan ik dan een geneesmiddelenvoorschriftenboekje bekomen?

Per september 2008:

Op dit moment mag een vroedvrouw nog geen medicatie voorschrijven. Het KB dat juist omschrijft wat en hoe mag voorgeschreven worden is in proces. (uitvoeringsbesluiten van KB nr. 78) Zodra dat gepubliceerd wordt zal er via onze kanalen ( website, tijdschrift, mailingsgroep ed. ) direct bekendheid aan worden gegeven. Het boekje zal je, na een opleiding gevolgd te hebben, via het RIZIV kunnen aanvragen. De medicatie die een arts je delegeert om te geven is afhankelijk wat de arts voorschrijft.

 

Hoe zit het nu juist met de wetgeving omtrent de Permanente Vorming? Wat moeten we wel en niet doen?

In verband met de permanente vorming van vroedvrouwen (zoals beschreven in artikel 10 van het koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 1 februari 1991 betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw: K.B. 8 juni 2007) verscheen in het Belgisch Staatsblad van 5 mei 2010 een ministeriële omzendbrief. Deze brief bevat informatie over de modaliteiten in verband met het aantal uren permanente vorming dat door vroedvrouwen moet gevolgd worden. Klik hier om deze omzendbrief te lezen.

Vanaf de datum van deze ministeriële omzendbrief moet het programma van elke opleiding, studiedag, congres, e.a. aan de hand van een registratieformulier door de organisator ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Federale Raad voor de Vroedvrouwen. Indien een vroedvrouw een opleiding volgt waarvoor geen aanvraag werd ingediend bij de Federale Raad voor de Vroedvrouwen, moet de vroedvrouw zelf een aanvraag tot goedkeuring indienen. Voorbeelden van deze registratieformulieren zijn te vinden in de uitgave van het Belgisch Staatsblad van 5 mei 2010. Klik hier om deze editie van het Belgisch Staatsblad te downloaden. De ministeriële omzendbrief is te vinden op pagina 66 van dit pdf bestand. De voorbeeldformulieren vind je vanaf pagina 68.

De permanente opleidingen, die werden gevolgd in het kader van de uitoefening van het beroep van vroedvrouw in de periode vanaf 30 juli 2007 tot op de datum van de ministeriële omzendbrief, zullen op basis van aanwezigheidsattesten in aanmerking komen. Iedere vroedvrouw dient deze attesten te bewaren in het licht van een eventuele controle.

 

Mogen wij als vroedvrouw alle labonderzoeken die wij nodig achten voor moeder en kind zelf doen of zijn er restricties? Zijn er voor sommige onderzoeken handtekening van een arts nodig?

Je mag alle onderzoeken doen die gaan rond fysiologie. Daarbij mag je ook onderzoeken doen om dingen uit te sluiten, bvb. schildklierproblemen of vermoeden van HELLP syndroom. 

Op 19 december 1991 verscheen in het Belgisch Staatsblad nr. 29842 een aanpassing van het koninklijk besluit van 14 september 1984 inzake verplichte ziekte - en invaliditeitsverzekering :

Art.11 : geeft aan welke onderzoeken inzake klinische biologie (labo onderzoeken) in aanmerking komen voor terugbetaling § 3. In § 12:

1° In punt 1, wordt de omschrijving van de 1ste alinea als volgt aangevuld: "......., door een tandheelkundige die de patiënt behandelt in het raam van de tandheelkundige verzorging, door een vroedvrouw die de patiënte behandelt in het raam van de verloskundige hulp."

2° In punt 2, wordt de volgende alinea toegevoegd na de 2de alinea: "Die beperking geldt ook voor de tandheelkundigen en de vroedvrouwen in het uitoefenen van de geneeskunst waarvoor ze respectievelijk bevoegd zijn.".

De vroedvrouw mag dus labonderzoeken en echografieën voorschrijven zolang deze passen binnen onze wettelijke bevoegdheid: de normale verloskunde.

Deze info kan je ook vinden in de map voor de zelfstandige vroedvrouw die je kan krijgen bij de VLOV vzw en die eigenlijk onmisbaar is voor elke zelfstandige vroedvrouw.

Vragen i.v.m. aansprakelijkheid

Kan een zelfstandige vroedvrouw die als doula met haar parturiënte meegaat naar het ziekenhuis aansprakelijk gesteld worden voor fouten begaan door de vroedvrouw of gynaecoloog tijdens de bevalling in het ziekenhuis?

Per november 2008 (Meester J. Vande Moortel):

In eerste instantie gelden hier de gewone regels van aansprakelijkheid. Dit wil zeggen dat indien de parturiënte verkiest om in een ziekenhuis te bevallen, dan is zowel de arts als het ziekenhuis aansprakelijkheid en niet de doula.

Wel is het zo dat de vroedvrouw zich als een goede en zorgvuldige doula moet gedragen. Dit wil zeggen dat als zij als doula tijdens de bevalling duidelijk vaststelt dat de zaken manifest fout aan het lopen zijn, zij haar verantwoordelijkheid moet opnemen en moet ingrijpen. Doet zij dit niet dan maakt zij zich schuldig aan het misdrijf "schuldig verzuim".

Men begaat het misdrijf van schuldig verzuim wanneer men verzuimt hulp te verlenen aan een persoon in groot gevaar.

De wet eist terzake niet dat u heldendaden stelt. Voor het misdrijf is immers vereist dat de verzuimer kon helpen zonder gevaar voor zichzelf of de andere.

Schuldig verzuim wordt strafbaar gesteld met een gevangenisstraf van 8 dagen tot een jaar en een geldboete van vijftig tot 500 euro. Deze strafbepaling zet het morele gebod tot hulpvaardigheid aan mensen in nood om in een afdwingbare juridische plicht om aldus solidariteit en bewustwording tussen de mensen te bekomen.

 

Vragen i.v.m. verzekering

Ik werk als vroedvrouw in het ziekenhuis maar wil graag starten als zelfstandige vroedvrouw in bijberoep. Indien ik een verzekering beroepsaansprakelijkheid afsluit categorie 2 (als zelfstandige vroedvrouw maar zonder thuisbevalling), heb ik dan nog een bijkomende verzekering categorie 1 (als vroedvrouw in loondienst) nodig ?

Antwoord per februari 2009 (Christine Demeyer):

Een polis "Burgerlijke Aansprakelijkheid" Medische Categorie 2 ( = zelfstandige zonder bevallingen met uitzondering van 2 ) dekt ook de activiteiten van de vroedvrouw in het ziekenhuis .

Een zelfstandige vroedvrouw in bijberoep die ook in het ziekenhuis werkt, heeft dus enkel één verzekering nodig, nl. de verzekering categorie 2 !! Indien zij jaarlijks meer dan 2 bevallingen zelfstandig uitvoert, moet ze wel overschakelen naar categorie 3  (zelfstandige vroedvrouw met thuisbevalling). Het is vanzelfsprekend dat deze verzekering ook haar activiteiten dekt in het ziekenhuis!

Indien deze vroedvrouw in loondienst reeds een bijkomende verzekering beroepsaansprakelijkheid categorie 1 heeft (als bediende in het ziekenhuis), dan moet zij overschakelen naar categorie 2 om haar activiteiten als zelfstandige vroedvrouw zonder thuisbevalling te dekken. De polis categorie 1 dekt nooit de zelfstandige activiteiten tenzij deze sporadisch gebeuren ...

Bvb. een ziekenhuisvroedvrouw mag wel een spuitje gaan geven of een vriendin gaan helpen in het postpartum , of meegaan als verpleegkundige bij kampen enz ... als dat sporadisch zou gebeuren. 

Besluit : de polis categorie 2 dekt de categorie 1 maar de categorie 1 dekt niet categorie 2 tenzij bij sporadische activiteiten.

Voor meer informatie hierover kan u ook steeds terecht bij: Christine Demeyer, Assurantie Adviesbureau bvba, Kwaadbeek 82, 9860 Oosterzele. T. 09/232.22.00, F. 09/230.56.23 

Andere vragen

Een aantal vroedvrouwen, die werken in een ziekenhuis komen met de vraag dat zij op bepaalde momenten(subtiel) bedreigd worden met ontslag omdat ze zich niet houden aan de ziekenhuisprocedures, doch wel evidence based willen werken. Hoe moeten ze dit aanpakken?

Per november 2008 (Meester J. Vande Moortel):

Er worden geen fouten begaan, maar de vroedvrouwen stellen wel sommige handelingen van de gynaecoloog in vraag (bv. het steken van een infuus als dat helemaal niet nodig is) en volgen daardoor niet altijd de interne regels.

Tussen het ziekenhuis en de vroedvrouwen is er contractuele relatie. Dit wil zeggen dat het ziekenhuis de vroedvrouw onder druk van de gynaecologen sowieso op elk ogenblik kan ontslaan op voorwaarde dat de opzegtermijn wordt gerespecteerd.

DUS: De werknemer moet zich een beetje schikken

Deze kwestie wordt beter uitgevochten door de VLOV vzw en dit is bovendien een betere diplomatische weg. (voorbeeld: publiceren van artikels en evidence based standpunten)

De vroedvrouwen mogen wel het belang van de moeder en het kind blijven verdedigen.

WAAROM moet de vroedvrouw zich uiteindelijk neerleggen bij de visie van de gynaecoloog?

De parturiënte kiest meestal voor een welbepaalde gynaecoloog en niet voor een vroedvrouw. Dus als de gynaecoloog met toestemming van de parturiënte beslist om een infuus te plaatsen dan moet dat uitgevoerd worden, ook al vindt de betrokken vroedvrouw dat niet nodig (Wet op de Patiëntenrechten).

 

 

slide show