join Facebook group

login:
paswoord:

Hoe vaders opname, ontslag en verblijf op de NICU ervaren: een systematische review

Titel artikel: Hoe vaders opname, ontslag en verblijf op de NICU ervaren: een systematische review

Auteur(s): Lore Wellens, Liesbeth Van Kelst

Jaargang/nr: 13/3

« Overzicht zoekresultaten

Samenvatting

Het doel van deze systematische review is een overzicht geven van onderzoeken i.v.m. hoe vaders opname, verblijf en ontslag van hun baby op de NICU ervaren. Het rechtstreekse besluit dat uit deze review getrokken kan worden, is dat de opgenomen artikels het belang aanduiden van de aanwezigheid van de vader wanneer zijn kind op de NICU verblijft (Sullivan, 1999) en dat sommige artikels ook aangeven dat vaders en moeders anders kunnen reageren op deze NICU - ervaring en andere noden kunnen hebben (Doering et. al., 1999; Shields-Pöe & Pinelli, 1997; Jackson et. al., 2003; Pohlman, 2005; Hall, 2005).
Gibbins en Chapman (1996), Jackson et. al. (2003), Lundqvist en Jakobsson (2003), Shields-Poë en Pinelli (1997) en O' Shea en Timmins (2002) hadden een consensus in hun resultaten over het feit dat vaders het moeilijk hebben met de opname van hun kind op de NICU. Ook over het belang van fysiek contact tussen vader en baby was er consensus tussen Sullivan (1999), Jackson et. al. (2003) en Lundqvist en Jakobsson (2003).

Jackson et. al. (2003) en Curran et. al. (1997), opgenomen in het review van O'Shea en Timmins (2002), vermeldden in hun resultaten dat veel vaders zich op moment van ontslag nog niet klaar voelden om hun baby mee naar thuis te nemen. Over de onderzoeksvraag wat vaders als ondersteuning ervaren wanneer hun baby op de NICU verblijft en welke rol de zorgverlener hierbinnen kan spelen, is geen consensus gevonden. In tegenstelling tot de bevindingen van Ward (2001) waarbij ondersteuningsnoden als minst belangrijk gerangschikt werden, blijken deze in het artikel van Lundqvist en Jakobsson (2003) wel belangrijk gevonden te worden. In het review van O'Shea en Timmins (2002) wordt melding gemaakt van het onderzoek van Miles et. al. (1996). Ook door hen wordt het thema ondersteuning aangehaald en ook nu wordt zoals in het artikel van Shields-Pöe en Pinelli (1997) vermeld dat zowel de moeders als vaders elkaar de grootste bron van steun vonden. Bevindingen in de studie van Miles et. al. (1996) toonden ook dat verpleegkundigen in de NICU een vitale bron van ondersteuning waren voor de ouders, deze bewering sluit dan weer aan bij deze van Lundqvist en Jakobsson (2003) en is daarentegen tegenstrijdig met deze van Shields-Pöe en Pinelli (1997). Ook over de onderzoeksvraag of vaders en moeders opname, verblijf en ontslag van hun baby op de NICU op een verschillende manier ervaren, is geen consensus bereikt. In tegenstelling tot wat Doering et. al. (1999), Shields-Pöe en Pinelli (1997), Jackson et. al. (2003), Hall (2005) en Pohlman (2005) beweerden, stelden Eriksson en Pehrsson (2005) dat er geen significante verschillen werden gevonden tussen de emotionele reacties van de moeders en vaders.


Implicaties voor de praktijk

In de verpleegkundige zorgverlening is de nood aan een geïndividualiseerde ondersteuning van moeders én vaders in hun ervaringen van het ouderschap belangrijk gebleken (Jackson et. al., 2003). Pohlman (2005) stelde dat stressfactoren van vaders onzichtbaar kunnen zijn voor zorgverleners omdat deze vaak buiten de NICU liggen. Het dag en nacht bezoeken van de NICU moet worden aangemoedigd bij de ouders om hen toe te laten zoveel mogelijk tijd bij hun kind door te brengen (O'Shea & Timmins, 2002). Ouders moeten ook zoveel mogelijk aangemoedigd worden deel te nemen aan de zorg voor hun kind (O'Shea & Timmins, 2002).
NICU - clinici moeten alert zijn voor tekenen van psychosociaal leed en dit zowel bij de moeders als bij de vaders (Doering et. al., 1999). De aandacht voor deze emoties moet reeds aanwezig zijn in de opleiding tot verpleegkundige / vroedvrouw. Zo leert men er vanaf het allereerste begin oog voor te hebben. Ook voor hoofdverpleegkundigen / hoofdvroedvrouwen en managers is het belangrijk inzicht te hebben in de factoren die stress uitlokken bij vaders van premature kinderen. Zo kunnen richtlijnen uitgewerkt worden rond de opvang van beide ouders op de NICU of kan de inrichting van de dienst gereorganiseerd worden om de eerste kennismaking met een intensieve afdeling iets aangenamer te maken. De ontwikkeling van de vader - kindhechting is gedocumenteerd als zijnde essentieel voor de gezondheid en het welzijn van het kind (Sullivan, 1999). De rol van de verpleegkundige / vroedvrouw met betrekking tot de preterm geborenen en hun vaders is daarom zeer belangrijk. Het belang van het moeder - kindcontact is erkend, de verpleegkundige / vroedkundige staf zou echter meer aandacht moeten besteden aan het vergemakkelijken van het vroege contact tussen de vaders en hun kinderen, in het bijzonder wanneer de baby's lang op de NICU verblijven. Het vroegtijdig kunnen aanraken van de preterm geborenen kan de gehechtheid tussen een vader en zijn kind versterken (Sullivan, 1999).

Bevindingen suggereren verder dat de gelegenheid voor ouders om hun kinderen te zien en aan te raken in de bevallingskamer of voorafgaand aan het transport, stressvolle gevoelens kan reduceren (Shields-Pöe & Pinelli, 1997). Duidelijke uitleg over de conditie van het kind en verandering in toestand kan accurate percepties van de morbiditeit van het kind vergemakkelijken, met daaropvolgende wijzigingen in stresslevels (Shields-Pöe & Pinelli, 1997). Gezondheidswerkers moeten zich ook bewust zijn van de bijzondere stress die ouders hebben. Deze stress is het resultaat van de moeilijkheden verbonden aan het in interactie gaan met en het zich aanpassen aan de aanwezigheid van hun kind (Shields-Pöe & Pinelli, 1997). Verscheidene auteurs maakten bekend dat vaders zich niet klaar voelden voor het ontslag van hun kind (Jackson et. al., 2003; O'Shea & Timmins, 2002). Dit is een gebied dat zorgvuldige inachtneming door de verpleegkundige / vroedkundige staf vereist. Adequate standaarden moeten ontwikkeld worden om ouders klaar te maken voor het ontslag van hun kind (O'Shea & Timmins, 2002).

Tot slot kunnen verpleegkundigen / vroedvrouwen de ontwikkeling van ouderlijke copingstrategieën mee helpen ontwikkelen door het erkennen van ouders in hun goede omgang met de hospitalisatie van hun kind en door de positieve effecten van hun inmenging op de gezondheid van hun kind te benadrukken. Verpleegkundigen / vroedvrouwen van zowel de NICU als de IMCU kunnen ook de coping vergemakkelijken door het ziekenhuis te voorzien van ondersteuningsgroepen voor ouders en door hen aan te moedigen gebruik te maken van supportsystemen van buiten het ziekenhuis (Gibbins & Chapman, 1996). Wat ook al vermeld werd (Lundqvist en Jakobsson, 2003) is dat vaders hun gevoelens van veiligheid kunnen verhogen door te focussen op technologische zaken en procedures. Dit is in overeenstemming met wat O'Shea en Timmins (2002) schreven. Als aanbeveling schrijven Lundqvist en Jakobsson (2003) dat wanneer zorgverleners vaders helpen de technologie en de uitrusting die hun kind omgeeft te begrijpen, vaders beter in staat kunnen zijn om met hun situatie om te gaan.

Uit deze systematische review blijkt dus dat zorgverleners een immens grote rol kunnen spelen in het ondersteunen van moeders én vaders wanneer hun kind opgenomen wordt op een NICU. Verpleegkundigen zijn de enige zorgverleners die 24 uur op 24 te maken hebben met het kind en de familie. Ze bevinden zich daarom in een ideale situatie om relaties uit te bouwen met de familie en hun specifieke noden te identificeren (O' Shea &Timmins, 2002). Zoals Doering et. al. (1999) reeds aangaven, is de rol van de vader de laatste twee decennia verschoven. Daar waar ze vroeger veel minder betrokken waren in het grootbrengen van hun kinderen, spelen vaders nu een steeds grotere rol in hun leven. Het is dan ook belangrijk dat vaders reeds van bij de geboorte van hun kind de mogelijkheid krijgen om hun vaderrol te kunnen opnemen, zelfs wanneer hun kind op de NICU verblijft. De zorgverlener van de NICU kan in het bevorderen van deze vader - kind relatie een belangrijke plaats innemen. Hiervoor is het wel aangewezen dat hij voldoende inzicht heeft in de eigen noden en behoeften van de vader.

« Overzicht zoekresultaten

Volledig artikel

Lees het volledige artikel » (enkel voor leden)

« Overzicht zoekresultaten

 

Evidence based midwifery

Diversiteit en evidence based: een perfecte match?

ja
nee
geen mening

Wil je jouw mening verduidelijken, dan ontvangen wij graag een mailtje op redactie@vlov.be

Nieuwsbrief

Wil je onze tweewekelijkse elektronische nieuwsbrief ontvangen, stuur dan een mailtje naar communicatie@vlov.be

slide show