join Facebook group

login:
paswoord:

Bekkenbodem: een studie over de ervaringen van vrouwen met blijvende postnatale perineale en bekkenbodem morbiditeit

Titel artikel: Bekkenbodem: een studie over de ervaringen van vrouwen met blijvende postnatale perineale en bekkenbodem morbiditeit

Auteur(s): S. Herron-Marx, A. Williams, C. Hicks

Jaargang/nr: 14/2

« Overzicht zoekresultaten

Samenvatting

De ervaringen van vrouwen met postnatale perineale en bekkenbodem morbiditeit worden in dit onderzoek nagekeken. Symptomen als perineale pijn; problemen met stressincontinentie, verlies van het gevoel of juist sterke drang bij het urineren; fecale en flatus incontinentie; seksuele morbiditeit zoals te strak of te los gevoel t.h.v. de vagina, pijn bij penetratie, inclusief diepe penetratie, dyspareünie; droog vaginaal gevoel, flatusincontinentie, lekkage van urine en faeces gedurende betrekkingen, een verminderd sensitief gevoel en hemorroïden.

De morbiditeit is blijvend indien na 12 maanden postpartum nog steeds klachten gerapporteerd worden. In dit artikel wordt de term 'perineale morbiditeit' gebruikt om alle postnatale perineale en bekkenbodemmorbiditeit te beschrijven. Een gedetailleerde beschrijving van elke index kan u terugvinden in Williams et. al. ( 2006a).

Het is dikwijls bewezen dat vrouwen perineale morbiditeit ervaren na een bevalling. Verschillende grootschalige kort en langetermijn epidemiologische onderzoeken hebben postpartumgedrag nagekeken. Glazener et. al. (1993) gaf aan dat 8 weken postpartum 87 % van de ondervraagden een gezondheidsprobleem beschreef en na 12 -18 maanden postpartum bleef dit nog steeds 76 %. Deze morbiditeit kan effect hebben op de fysische, psychologische en sociale gezondheid van de vrouw. Meer en meer krijgt dit onderwerp aandacht binnen research. (Dent et. al., 2004). Heel wat onderzoek is gedaan naar de risicofactoren, de associatie met perineaal trauma en morbiditeit. Ander kwalitatief onderzoek focust op de psychologische morbiditeit (Thomas, 2004). Weinig research heeft gekeken welke invloed deze morbiditeit heeft op het leven van vrouwen. Enkele uitzonderingen zijn hier o.a. Mason et. al. die in 1999, 42 vrouwen interviewde op 8 weken postpartum en 15 vrouwen op 1 jaar postpartum om stressincontinentie na te kijken. De ervaring van vrouwen verschilde, sommigen vonden dat stressincontinentie een groot effect heeft op hun leven, terwijl anderen dit als een klein probleem ervaarden. Deze en ander kwalitatief onderzoek welke de postnatale gezondheid nakeek concludeerden dat van de vele vrouwen, niettegenstaande incontinentie hun leven negatief beïnvloedde, er slechts enkele hiervoor hulp hadden gezocht. Men vond de symptomen te miniem om hulp te zoeken (Bick et. al., 1995) of men was verlegen om deze ervaring met familie, partner of gezondheidswerker te bespreken (Mason et. al., 1999). Zelfs na 12 maanden bleef deze klacht een 'geheim' van vele vrouwen. Ze hadden hierover te weinig informatie en vonden dat dit onderwerp tijdens de zwangerschap moest besproken worden (Mason et. al. 1999).

Ook in de studie van Kline et. al. (1998) werd geconcludeerd dat vrouwen te weinig informatie krijgen over hun eigen gezondheid, terwijl de gezondheidswerkers vonden dat ze meer informatie nodig hadden over de babyzorg. De studie gaf aan dat vrouwen (niettegenstaande ongecompliceerde zwangerschap en bevalling) toch een vermindering van hun gezondheidstoestand aangaven gedurende de eerste maanden postpartum. De kraamperiode wordt dikwijls stiefmoederlijk behandeld. Alle aandacht gaat naar de zwangerschap en de bevalling. Gelukkig krijgt deze periode tegenwoordig toch iets meer aandacht. De Arteveldehogeschool heeft samen met Kind en Gezin in het verleden een studie gedaan tijdens deze kwetsbare maar toch zeer belangrijke periode in het leven van vrouwen (Verbeke et. al., 2005).


Onderzoeksvraag

Het doel van deze studie was zeer kritisch de ervaring van vrouwen i.v.m. de perineale morbiditeit te analyseren. De onderzoeksvragen waren de volgende

  1. Welke zijn de ervaringen van vrouwen bij blijvende (12-18 maanden postpartum) perineale morbiditeit (fysisch, psychisch en sociaal)?
  2. Welke ervaringen hebben deze vrouwen met de zorg die ze krijgen van de gezondheidswerkers; de reacties van de familie en de maatschappij?

Discussie

Deze studie gaf inzicht in de ervaringen van vrouwen bij perineale morbiditeit. Deze studie kent een aantal beperkingen. Het gaat hier over een klein aantal. Het blijkt niet zo eenvoudig om een grote groep hiervoor op te roepen. Er zou bias kunnen opgetreden zijn omdat de groep reeds eerder betrokken was in een onderzoek omtrent dit onderwerp. We hebben gekozen voor de beschikbaarheid van de gekozen groep en hebben geen rekening gehouden met het niveau van morbiditeit of risicofactoren. Het is daarom moeilijk de verhalen te linken aan een niveau van morbiditeit. Dit zou een verder studie kunnen opnemen. De auteurs zijn ervan overtuigd dat zij enkel een topje van de ijsberg aangeraakt hebben en dat heel wat meer morbiditeit ervaren wordt dan aangetoond in deze studie. Dit geeft aan dat verder studiewerk noodzakelijk is. We hebben aangetoond dat perineale morbiditeit door vrouwen zeer verschillend ervaren worden. Sommigen vinden dit kleine problemen, terwijl bij andere dit een impact heeft op hun fysisch, psychisch en sociaal leven. De meeste vrouwen zoeken geen hulp, en indien ze hulp zoeken, worden zij niet efficiënt behandeld. De redenen hiervoor zou verder moeten uitgezocht worden.
Vrouwen rapporteerden dat ze zich verlegen voelden om hierover te spreken. Dit werd ook gevonden in andere studies ( MacArthur et. al., 1991; 1997; Glazener et. al., 1993; Mason et. al.,1999).
Een aantal vrouwen voelt zichzelf niet comfortabel om dit met hun partner/familie te bespreken. Dit zorgt ervoor dat blijvende perineale morbiditeit een onzichtbaar probleem is in onze samenleving.

Niettegenstaande over dit onderwerp de laatste jaren heel wat research gebeurde, lukt het gezondheidswerkers nog niet om gepaste zorg aan te bieden.
Ligt de verklaring misschien in het feit dat vrouwen zich schuldig voelen over hun probleem? Zij denken dat ze hun bekkenbodemoefeningen onvoldoende consequent uitvoerden. Zij hebben hun deel niet uitgevoerd en hun problemen zouden daarom ook niet ernstig genomen worden door de arts of de vroedvrouw. De oefeningen werden niet voldoende uitgelegd volgens de interviews in het onderzoek. Onbewust zorgt dit voor het stilzwijgen van de klachten die vrouwen ervaren.
Het zelfbeeld en het zelfvertrouwen van vrouwen wordt aangetast door blijvende perineale morbiditeit. Dit was ook de conclusie uit de studie van Mason (1999). De link tussen fysische en psychologische morbiditeit werd al aangetoond door Brown en Lumley (2000). Vrouwen uit deze studie ervaarden meer kans op een postnatale depressie. Brown en Lumley (2000) suggereerden dat wanneer de juiste vragen gesteld kunnen worden door de gezondheidswerkers, de vrouwen in staat zouden zijn hun problemen in alle openheid te bespreken.

Vrouwen in de studie klaagden over een gevoel van isolatie en konden de weg niet vinden naar gepaste zorgverlening. Zij vonden hun toestand niet ernstig genoeg om te bespreken met hun huisarts en kenden te weinig de relevante hulpverleners. Het gaat hier ook over de manier waarop de vrouwen hun gezondheid ervaren. Het is aan het beleid om de gezondheidszorg zeer toegankelijk te maken voor de bevolking.


Implicaties voor de klinische praktijk

De toegang tot de juiste gezondheidswerkers postnataal moet herbekeken worden. De noden van de vrouw moeten centraal staan. De Royal College of Midwives en het National Service Framework for Maternity services (2004) hebben duidelijk gesteld dat een "woman-centred" postnataal zorgaanbod moet uitgebouwd worden. Deze studie bevestigt dit beleidsidee. Meer research is nodig om een goed onderscheid te kunnen maken tussen wat normaal is en wat verdere zorg nodig heeft, ook naar het idee dat vrouwen zich positief adapteren aan minimale perineale klachten of dat dit enkel is omdat zij denken dat zij hiervoor niet kunnen geholpen worden.

Vrouwen hebben een verantwoordelijkheid omtrent hun eigen gezondheid maar wij moeten hen wel de "tools" geven om beter voor hun gezondheid in te kunnen staan. Hoe gaan we hen meer aanzetten om hun bekkenbodemoefeningen te doen en hoe kunnen we hun "schuldgevoel" hierover minimaliseren.

Vroedvrouwen zowel intra - als extramuraal, moeten een betere kennis ontwikkelen van de bekkenbodem. Vroedvrouwen moeten tevens vaardigheden aanleren zodat zij zelf ook in staat zijn om de bekkenbodem en andere perineale morbiditeit te herkennen en op een adequate manier de vrouwen goed door te verwijzen. Op deze manier zullen de vrouwen zich in een beter netwerk opgevangen voelen en zal de problematiek gereduceerd kunnen worden.

« Overzicht zoekresultaten

Volledig artikel

Lees het volledige artikel » (enkel voor leden)

« Overzicht zoekresultaten

 

Evidence based midwifery

Diversiteit en evidence based: een perfecte match?

ja
nee
geen mening

Wil je jouw mening verduidelijken, dan ontvangen wij graag een mailtje op redactie@vlov.be

Nieuwsbrief

Wil je onze tweewekelijkse elektronische nieuwsbrief ontvangen, stuur dan een mailtje naar communicatie@vlov.be

slide show