join Facebook group

login:
paswoord:

Kinderen van moeders met diabetes: gevolgen van hyperglycemie op de foetus en neonaat (deel 2)

Titel artikel: Kinderen van moeders met diabetes: gevolgen van hyperglycemie op de foetus en neonaat (deel 2)

Auteur(s): LL. Barnes-Powell

Jaargang/nr: 14/2

« Overzicht zoekresultaten

Samenvatting

Vertaling en bewerking Tony Waterschoot, vroedvrouw

Barnes-Powell LL. (2007). Infants of diabetic mothers: effects of hyperglycemia on the fetus and neonate. Neonatal network, 26 (5), p 283-290.

Het eerste deel van dit artikel (TVV1 - 2008) gaf een overzicht van de gevolgen van diabetes bij de moeder (preconceptioneel en/of gestationeel) naar haar kind toe alsook de gevolgen van hyperglycemie tijdens de embryogenese en organogenese. In het tweede deel zullen naast de verpleegkundige/vroedkundige aandachtspunten ook de mogelijke gevolgen op lange termijn besproken worden. Tot slot zullen 2 casussen besproken worden.


Besluit

De problemen bij kinderen van diabetische moeders situeren zich vooral op het vlak van de metabolische veranderingen, maternele obesitas en buitensporige gewichtstoename tijdens de zwangerschap. Deze factoren leiden tot een verhoogd risico van neonatale macrosomie. De optimale zorg voor een optimale outcome voor moeder en kind begint al voor de conceptie. Een zorgvuldige preconceptionele diabetescontrole reduceert de incidentie van ernstige foetale problemen. Het risico voor problemen bij kinderen van diabetische moeders is immers groot. De kans voor ernstige geboortetraumata/letsels is in deze populatie dubbel zo groot terwijl het risico voor een sectio verdrievoudigd. Bovendien is de kans voor een NICU-opname vier keer zo groot en het risico voor een mors in utero vijf keer zo groot ten opzichte van de algemene populatie. Het risico voor congenitale malformaties is bij kinderen van diabetische moeders 2 tot 5 keer zo groot als bij andere kinderen met congenitale afwijkingen ter hoogte van elk orgaan.
Een nauwgezette kennis van alle organische systemen zullen vroedvrouwen/verpleegkundigen leiden in de zorg en behandeling van deze groep kinderen.


Casus 1

In deze casus wordt bondig een neonataal verloop besproken van een macrosome pasgeborene met hypoglycemieën, een hypertrofische cardiomyopathie, een necrotiserende enterocolitis en een prematuur drinkgedrag welke hoogstwaarschijnlijk toe te schrijven is aan een miskende diabetes gravidarum. Bovendien kende het kind verschillende episodes van infecties.
Een jongen van negroïde oorsprong werd na 39 weken zwangerschap via een sectio caesarae geboren. Het geboortegewicht bedroeg 4750 gram (> P97) en de Apgarscore bedroeg na 1 minuut 8, na 5 minuten 9 en na 10 minuten 10. Hij was het derde kind uit dit gezin.
Uit de antecedenten van de moeder blijkt dat er tijdens de zwangerschap een gewichtstoename was van ongeveer 25 kg en dat er noch een OGTT noch een Hb1AC controle gebeurde.
Deze baby werd na één dag getransfereerd naar een NICU omwille van aanhoudende hypoglycemieën (< 45 mg/dl) bij een vermoedelijk miskende diabetes gravidarum, ondanks een ingestelde intraveneuze therapie met glucose.
Bij opname werd een veneuze navelcatheter geplaatst voor intraveneuze glucosetoediening. Vermits de moeder niet steeds borstvoeding kon geven (praktische redenen: verre afstand) dronk de baby extra flesjes met toediening van calorieën. Maximaal was er 9 mg/kg/minuut glucose nodig.
Op de tweede dag van de opname ontwikkelde deze jongen een necrotiserende enterocolitis (NEC). Het abdomen was enorm opgezet en in de stoelgang was macroscopisch bloed aanwezig. Een pneumatosis kon op RX abdomen vastgesteld worden. Bovendien was er een CRP-stijging (C-Reactive Proteïne).Naast een totale parenterale voeding werd ook een antibioticatherapie opgestart. Ondertussen bleven de glucosewaarden stabiel. Om een navelcathetersepsis te vermijden werd na één week de veneuze navelcatheter vervangen door een diepe veneuze catheter in de linkerarm. Na 14 dagen werd de voeding per os opnieuw opgestart. De moeder trachtte zoveel mogelijk te komen om eerst borstvoeding te geven.
Aanvankelijk verdroeg haar baby de voeding niet goed: hij braakte nog veel. Na een paar dagen dronk het kind iets beter doch sondevoeding was meestal nog nodig.
Omwille van het uitblijven van spontane ontlasting, werden rectumbiopten afgenomen om de ziekte van Hirschsprung uit te sluiten. Dit resultaat was negatief en uiteindelijk werd een behandeling met lactulose opgestart met gunstig gevolg. Op dag 23 werd de NEC-therapie gestopt. Echter, één week later ontwikkelde het kind opnieuw een CRP-stijging. Uit de kweek, afgenomen ter hoogte van de diepe veneuze catheter, groeide een staphylococcus epidermis. Opnieuw kreeg het kind gedurende 10 dagen een intraveneuze antibioticatherapie. Ondertussen dronk het kind beter aan de borst doch was aanvulling met sondevoeding noodzakelijk.
Een eerste echocardiografisch onderzoek toonde niet alleen een hypertrofische cardiomyopathie aan (voornamelijk ter hoogte van het septum) maar ook een obstructie ter hoogte van het linker ventrikel en een rechter ventrikel outflowtractus. Controle na een maand toonde aan dat de obstructie van de outflowtractus verdwenen was. De hypertrofische cardiomyopathie was nog aanwezig en zou op regelmatige tijdstippen opgevolgd worden.
Gedurende zijn hospitalisatie had het kind geen respiratoire ondersteuning nodig en kende geen glycemieproblemen meer. Na 39 dagen hospitalisatie op een NICU kon het kind terug getransfereerd worden naar een perifeer ziekenhuis. De ouders hadden nog 2 kinderen en de verre verplaatsingen naar de NICU afdeling waren moeilijk te combineren. Bovendien kon de moeder nu voor iedere voeding naar het ziekenhuis gaan om borstvoeding te geven. Het ziekenhuis was slechts op een paar minuten wandelafstand van haar woonplaats. Ondertussen had het kind minder sondevoeding nodig en werd hij na ongeveer één week naar huis ontslagen. Hij woog 5435 gram en kreeg uitsluitend borstvoeding.


Casus 2

Op 40 weken en 5 dagen werd een meisje geboren na een spontane partus. Zij woog 3640 gram en de Apgarscore bedroeg respectievelijk na 1, 5 en 10 minuten 8/9/10. Zij was het eerste kind uit dit gezin.
De moeder was een insuline dependente diabetespatiënte en kende een probleemloze zwangerschap. Na de geboorte werd haar dochtertje voor een 24 uurs observatie op de N*-afdeling opgenomen voor observatie van hypoglycemieën. Na de geboorte kreeg het meisje onmiddellijk voor de eerste keer borstvoeding. Eén uur na de geboorte bedroeg de glucosewaarde 48 mg/dl. Nadien werd voor iedere voeding een glucosebepaling via een hielprik uitgevoerd. Deze waarden varieerden tussen de 51 en 70 mg/dl. De moeder kwam steeds borstvoeding geven. Het kind kende verder geen problemen: haar lichaamstemperatuur was goed, ze kreeg steeds borstvoeding en de glucosebepalingen waren normaal. Uiteindelijk kon het meisje naar haar moeder op de materniteit overgebracht worden.

« Overzicht zoekresultaten

Volledig artikel

Lees het volledige artikel » (enkel voor leden)

« Overzicht zoekresultaten

 

Evidence based midwifery

Diversiteit en evidence based: een perfecte match?

ja
nee
geen mening

Wil je jouw mening verduidelijken, dan ontvangen wij graag een mailtje op redactie@vlov.be

Nieuwsbrief

Wil je onze tweewekelijkse elektronische nieuwsbrief ontvangen, stuur dan een mailtje naar communicatie@vlov.be

slide show